Fanny van Dun: ‘Telkens die nieuwe set kaarten, dat fascineerde mij.’
Fanny van Dun bridget al ruim dertien jaar. Toch is ze pas 43 lentes jong. Ze wilde, toen ze dertig was, bridge wel vijf weken proberen want ja, er was op zijn zachtst gezegd een kleine generatiekloof. Het spelletje bleek echter een ultieme verleiding. Voordat ze er erg in had kon ze het niet meer loslaten en schoof ze in het seizoen wekelijks aan voor de competitie.
Fanny mocht thuis altijd al graag met haar moeder of vrienden een potje kaarten. Ze maakte kennis met bridge doordat haar moeder en haar vrienden thuis ook bridge speelden. Als puber vond ze dat bridgen maar niks. Toen die fase voorbij was raakte ze langzamerhand toch geïnteresseerd en begon ze het stukje bij beetje te leren. Ze vond het ook wel gezellig, dat bridgen thuis. Haar moeder speelde ook twee keer in de week bridge in clubverband. Toen een van haar bridgepartners overleed, kwam al vrij snel de vraag of Fanny niet met haar moeder mee wilde bridgen op de club. Ze was het immers toch al een beetje aan het leren? ‘Ik moest daar wel even over nadenken want ik dacht jeetje ja, die mensen op de club zijn niet echt leeftijdgenoten. Maar goed, ik zegde toe het één competitie, van vijf weken, te proberen. Als ik het leuk vond zou ik ermee doorgaan. Nou ja, dat was het geval. Ik merkte dat ik elke keer weer benieuwd was naar de nieuwe kaarten die ik kreeg.’
Fanny is niet het type dat in spellen blijft hangen. Ze is ook niet al te competitief. Haar fascinatie bij bridge zit in telkens die nieuwe set kaarten. Wat kun je er mee? Hoe haal je er het maximale uit? Wat hebben de anderen in hun handen? Bovendien houdt ze van de dynamiek van bridge. ‘Je krijgt 24 keer op een avond een nieuwe set kaarten in je handen. Je speelt 24 spellen op een avond en je wisselt telkens van tegenstanders. Je ziet en spreekt iedere avond veel verschillende mensen. Dat maakt dat het nooit saai is.’
Hoewel ze inmiddels in Veldhoven woont, bridget ze, in de normale tijd, nog altijd met haar moeder bij Bridge 82 in Dongen. Af en toe deden ze een drive op de club en sporadisch gingen ze ergens anders naar toe voor bijvoorbeeld een goededoelendrive. Vorig jaar speelde ze van april tot september StepBridge, zij het met een andere partner omdat haar moeder geen StepBridge speelt. Nu doet ze dat niet meer. Ze mist de interactie tijdens het spelen op de club. ‘Wij hebben op de club echt wel veel plezier aan tafel. Dat zit hem vooral in de gevatheid en de snelle humor. Dat heb je niet bij StepBridge. Voordat je het getypt hebt is het grapje alweer voorbij. Die dynamiek miste ik heel erg. Daarnaast maak ik voor mijn werk veel meer schermuren omdat ik alleen maar online les geef. Om dan daarna nog eens drie uur achter een scherm te gaan zitten bridgen, dat werd te veel van het goede. Ik heb een baan waarbij ik normaliter veel contact heb met mensen. Daar haal ik mijn energie uit. Ik merk dat ik na het online lesgeven meer vermoeid ben, dus ik ben blij als ik aan het einde van de dag mijn scherm dicht kan klappen.’
Snel geanticipeerd op StepBridge
Fanny kijkt zeker uit naar het moment dat er weer op de club gespeeld kan. ‘Ze hadden vorig jaar op onze club heel snel een goed plan om het fysieke bridge weer te kunnen realiseren, maar dat mocht uiteindelijk toch niet doorgaan. Ons bestuur had ook heel snel geanticipeerd op StepBridge voor de club. Om de drempel te verlagen konden mensen eerst oefenen met spelers van de eigen club.’
Voor veel mensen vindt zij het niet kunnen bridgen op de club veel ingrijpender dan voor haarzelf. ‘Ik kan mij nog redelijk vrij bewegen, ik mag af en toe naar mijn werk en ik kan nog laagdrempelig met vrienden buiten wat afspreken. Ik ben niet kwetsbaar in gezondheid. Ik denk dat er veel mensen zijn voor wie het veel meer betekent dan voor mij. Voor sommigen is het bridgen een middag of avond uit, waar ze iedere week naar uitkijken.’
Mentaal en fysiek fit blijven
Fanny voelt zich duidelijk bevoorrecht ten opzichte van haar clubgenoten. Om die reden vindt ze het ook moeilijk ze een boodschap mee te geven. Ze zou wel willen zeggen ‘zorg dat je er straks weer bent’, maar ze weet dat de praktijk soms anders werkt. ‘Ik denk dat heel veel mensen normaal gesproken door het bridgen mentaal en fysiek fitter blijven. Ik zie nu in de omgeving dat mensen door onderprikkeling cognitief inleveren. Vanuit mijn achtergrond in de zorg, heb ik wel gezien wat er kan gebeuren als je mensen niet meer actief houdt. Ik kan alleen maar zeggen dat ik hoop dat ik al die mensen straks weer mag ontmoeten. Dat ze vol moeten houden, zoals ze nu al een tijd doen. Ik zie van veel mensen de namen op StepBridge voorbij komen en dat doet mij goed. Ik vind het leuk dat ze dat toch zijn gaan doen.‘
Aandacht, plezier en betrokkenheid
‘De club’ is voor Fanny voor bijna 100% de club waar zij speelt: Bridge 82. Ze noemt het een sociaal actieve club met veel aandacht voor elkaar en vooral ook ‘veel plezier hebben met elkaar aan tafel’. In deze tijd ziet ze eigenlijk nauwelijks mensen van de club. Regelmatig vraagt zij zich af hoe het toch met die of die zou zijn. ‘Ik sprak laatst mijn moeder en die vertelt dan wel over mensen die ze in het dorp tegenkwam. Zelf zie ik helemaal niemand van al die mensen. Ik heb dus ook geen flauw idee hoe het met ze gaat. Al het nieuws lees ik uit de nieuwsbrief van de club.’
De speelavonden op de club zijn voor haar altijd al het meest bijzonder geweest. Ze kan zich niet herinneren ook maar één avond te hebben gehad dat ze het niet naar haar zin had of dat ze geen plezier had. ‘Ik maak natuurlijk ook wel eens een foutje en dan is er ook wel eens wat ergernis, maar ik vind het altijd heerlijk. Echt een fijne avond. Bridgen op een club is veel meer dan alleen maar een spelletje spelen. Het is een prachtig spel en natuurlijk zit er competitie achter, maar het staat voor mij vooral voor verbondenheid, sociaal actief zijn en oog hebben voor elkaar.’
Om nooit te vergeten
‘Momenten die ik nooit meer vergeet zijn de bridgeweekeinden die mijn moeder samen met een ander lid jarenlang organiseerde. Ze huurden dan een heel hotel af en als er een keer een kamer over was dan mocht ik mee. Het werd dan ’s avonds heel laat, terwijl iedereen toch weer vroeg op was. Omdat het met mensen van de club was gaf het altijd een speciale verbondenheid.’ Op een dag besloot Fanny te gaan kijken wat ze in die zaal ‘toch allemaal aan het doen waren’. Uiteindelijk leidde dat tot haar besluit om er toch maar eens kennis mee te maken.
Wie is Fanny?
Fanny van Dun is 43. Ze is verpleegkundige en docente op een school voor zorg en welzijn. Daar leidt zij zorgmedewerkers op. Af en toe werkt ze ook nog als ZZP’er in de thuiszorg om feeling te houden met haar vakgebied. Ze woont samen met haar vriendin en twee katten in Veldhoven. Ze sport graag en doet graag leuke dingen met vrienden.
Momenteel werkt Fanny, zoals vele anderen, veel vanuit huis. Ze mag af en toe even naar school, maar verder is het thuiswerken. ‘We hebben twee werkplekken ingericht die we iedere dag ook weer netjes opruimen om het onderscheid tussen werk en privé in stand te houden. Als je dat niet doet dan heb je in no-time je laptop weer open en ben je weer aan het werk.’



